Groepsvorming

Hoi!

 

Vandaag wil ik het hebben over groepsvorming en deel ik spelletjes die je hiervoor kunt gebruiken.

Groepsvorming verloopt in vier verschillende fasen. De eerste fase is forming. Deze fase is vooral oriënterend. Er wordt gezocht naar een evenwicht tussen alle individuele en gezamenlijke belangen. Langzamerhand wordt de kennismaking intensiever, maar men blijft afwachtend. De groepsleden zijn in deze fase onafhankelijk en laten hun bezorgdheid dan ook niet merken.

Dan volgt de tweede fase, storming. Tijdens deze fase worden de rollen verdeeld. Er ontstaan (on)geschreven regels en er ontstaan meningsverschillen en conflicten om te bepalen wie de macht heeft. Het gaat hierbij niet zozeer om de inhoud van het meningsverschil of conflict. Op deze manier begint er een hiërarchie te ontstaan. Tijdens deze fase worden frustraties of onenigheden overdoelstellingen, verwachtingen, rollen en verantwoordelijkheden steeds meer openlijk geuit. Bij het uiten wordt met gehinderd door angst om buiten de groep te vallen, maar de angst om zich te veel aan de groep aan te moeten passen zorgt voor stimulatie.

In de derde fasenorming worden de onuitgesproken groepsregels duidelijk, met als doel het verkrijgen van een stabiele groep en het aangeven van grenzen. Zolang je binnen de grenzen blijft, ben je veilig. Als je buiten de grenzen treedt, krijg je het moeilijk in de groep. Het resultaat is evenwicht en structuur. Hierdoor wordt het mogelijk dat de groep samen kan gaan werken en tot resultaat kan komen.

Tot slot fase vier, performing, waarin de groep een systeem wordt. De groep zal eerder vasthouden aan negatieve normen en een destructief doel dan veranderen. Alle elementen binnen een systeem hangen samen. Ontregeling is dan ook bedreigend voor een groep. Als een groepslid zijn positie verandert, verandert het hele systeem. Alles wordt ontregeld. Zelf in negatieve groepen waar de meerderheid van de groep zich niet prettig voelt, is verandering heel moeilijk. Individuen hebben de neiging zich te conformeren aan de groep. In dit proces van groepsvorming kan er cohesie ontstaan, een samenhangende groep. Er kunnen ook verschillende subgroepjes ontstaan of een vergeling met mensen die wel en niet bij de groep horen.

 

Als docent heb je invloed op het groepsproces, in de eerste fase is het belangrijk om in te zetten op een positieve sfeer in de groep en daar leerlingen actief bij te betrekken. Spelletjes en samenwerkingsoefeningen kunnen de kans vergroten dat de kinderen gericht op elkaar raken. Dit is ook in de fase van norming van belang. Je kunt kinderen aanzetten om gezamenlijke besluiten te nemen. Ook blijft een respectvolle omgang centraal staan. In de storming-fase vindt de strijd om de ‘macht’ plaats. Dit moet goed begeleid worden door steeds positief gedrag te benoemen en aandacht te hebben voor hoe leerlingen met elkaar om (willen) gaan. Tijdens de performing-fase is het goed om steeds alert te blijven op dat wat op groepsniveau gebeurt, ook al is nu een positieve werksfeer ontstaan. Ontstaan er problemen in de groep dan moeten die aangepakt worden. Wegkijken kan nooit een optie zijn.

 

 

Bron

Reijnen van der Waerden, L. (2016). Groepsvorming en Sociale veiligheid. Geraadpleegd op 10 augustus 2017, van http://www.kieresoe.nl/wp-content/uploads/2017/05/Groepsvorming-en-Sociale-veiligheid.pdf

 

 

Zo dat was de theorie achter groepsvorming. Omdat je als docent de groep kan helpen vormen met activiteiten waarbij moet worden samengewerkt, vind je vandaag 15 groepsvormende activiteiten die ik op internet heb verzameld.

 

1. Sta op en schuif door

Energizer: 5 minuten Coöperatief - Sta op en Schuif door

 

2. In de knoop

De kinderen gaan in een lange rij staan en geven elkaar een hand. Jij neemt vervolgens de kinderen die aan de buitenkanten staan mee en legt zo de rij in de knoop. Dan laat je die twee kinderen ook de handen vastpakken en moeten de kinderen samen uit de knoop zien te komen, ZONDER de handen los te laten.

 

3. Spiegelen

Hiervoor heb je tweetallen nodig en een beetje de ruimte. De tweetallen staan tegenover elkaar en één van beiden begint. Dat kind mag rustig bewegingen gaan maken. De ander moet die bewegingen nadoen alsof hij in de spiegel kijkt. Daarna worden de rollen omgedraaid.

 

4. In een rij

Dit spel klinkt heel simpel: de kinderen moeten een rij maken. Dit kan met allerlei dingen. Op lengte, leeftijd, verjaardag, huisnummer, etc. Om het moeilijker te maken, kun je er ook de opdracht bij geven dat er niet gepraat mag worden.

 

5. Figuren maken

Ook hiervoor is wat ruimte nodig. De kinderen lopen rond in de ruimte tot de leerkracht een figuur noemt. Bijvoorbeeld een cirkel. De kinderen moeten dan ZONDER te praten samen een cirkel vormen. Hierin kun je natuurlijk ook weer een oplopende moeilijkheidsgraad gebruiken. Als een cirkel, vierkant en driehoek lukken, kun je bijvoorbeeld een hartje of zon proberen.

 

6. Wie ben ik?

Dit bekende spelletje kun je ook gebruiken als manier om de kinderen meer over elkaar te weten te laten komen. Bij deze variant krijgen alle kinderen een briefje op hun rug of voorhoofd geplakt met daarop een naam van een kind uit de klas. Vervolgens moeten ze aan hun klasgenootjes vragen gaan stellen om erachter te komen wie ze zijn. MAAR hierbij mogen ze geen vragen stellen over het uiterlijk. Het is handig om dit na een aantal kennismakingsspelletjes te doen. Als de kinderen bijvoorbeeld aan elkaar hebben verteld over hun leeftijd, broertjes/zusjes, hobby’s, lievelingskleur, lievelingseten, lievelingsdier, etc.

 

7. Hoelahoep

kleutergym, hoepel "doorgeven"zonder de kring te verbreken...

Bij dit spel staan alle kinderen in een kring en houden ze elkaars hand vast. Vervolgens moeten ze de hoepel de hele kring rond laten gaan, zonder de handen los te laten!

 

8. M&M’s

 Dit spel is simpel en lekker. Eén kind pakt blind een M&M. Kijk welke kleur het is en vertel…

Soms gaan gesprekken in de klas vanzelf en soms heeft een kind even hulp nodig om een gesprek te starten. Met deze leuke maar ook lekkere gespreksstarter moet dat vast lukken. Op Pinterest kwam ik dit idee tegen; start een gesprek met een M&M. Wat heb je nodig: Een zak M&M’s en een print van deze …

 

9. Wat is er anders?

Vraag een aantal kinderen voor de klas en laat de rest van de klas even goed observeren. Vervolgens moeten alle kinderen uit de klas hun ogen dichtdoen en verander je samen met de kinderen voor de klas wat aan hun uiterlijk of het klaslokaal. Dan mag iedereen zijn ogen weer opendoen en raden maar… Wat is er anders? Ook hierbij kun je weer een oplopende moeilijkheidsgraad gebruiken. Je kunt opvallende of minder opvallende dingen veranderen of je kunt meerdere kinderen voor de klas halen om het moeilijker te maken.

 

10. Rondje om de wereld

Bij dit spel is stilte en concentratie nodig. Je zit in de kring en één iemand fluistert een woord in het oor van degene die naast hem zit. Die fluistert het vervolgens weer door en zo gaat het de hele kring rond. Komt er aan het einde hetzelfde woord uit? En lukt het ook meer een kort zinnetje? Of misschien zelfs een lange zin?

 

11. Samen tekenen

Deze opdracht vinden kinderen vaak hilarisch. Hiervoor heb ik dit format gemaakt. Je laat alle kinderen op hun eigen blaadje in het vakje linksboven eerst een hoofd tekenen. Dit mag van alles zijn een dier, mens, wat dan ook. Vervolgens vouw je jouw tekening op de lijn naar achteren, zodat de anderen niet meer kunnen zien wat je hebt getekend. Dan geeft iedereen zijn blaadje door naar het volgende kind aan het tafelgroepje. Op dit blad tekent iedereen in het middelste linker vakje een romp van een lichaam. Als je klaar bent vouw je de tekening weer een stukje naar achter, zodat niemand het kan zien. Iedereen schuift het briefje weer een plekje door en tekent op dat vel in het vakje linksonder een onderlichaam. Op het blaadje staan streepjes. Je moet ervoor zorgen dat het lichaam stopt bij die streepjes, zodat het één poppetje wordt dat mooi op elkaar aansluit. Als je in alle drie de vakjes iets hebt getekend, geef je het briefje weer terug aan de eigenaar en kun je lachen om het resultaat. Vervolgens kun je met hetzelfde briefje nog twee rondes doen in de middelste rij en de meest rechter rij.

 

12. Wie is er weg?

De kinderen krijgen even de tijd om elkaar te observeren en dan moet iedereen zijn ogen dichtdoen. De leerkracht tikt één kind aan en die mag naar de gang vertrekken en moet zorgen dat hij/zij niet zichtbaar is. Vervolgens moet de rest van de klas een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving geven van degene die ‘vermist’ is. Dit kun je op het digibord typen/opschrijven. Als de kinderen niets meer weten, roep je het kind van de gang de klas weer in en controleer je samen wat er allemaal goed was en wat nog nauwkeuriger had gekunt.

 

13. Acrosport

Als je in de gymzaal hebt en matjes ter beschikking hebt voor de veiligheid is het leuk om acrosport oefeningetjes te doen.

Dit zijn voorbeeldjes voor oefeningen in tweetallen, maar je kunt de kinderen ook in grotere groepjes laten samenwerken.

 

14. ’t wagonnetje

Dit is het 28e spel van de 99 kanjerspelletjes – sportkanjers en het gaat als volgt:

  • Kanjerafspraak: We helpen elkaar, we vertrouwen elkaar.
  • Kanjerwaarde: Lijfelijk contact op een positieve manier.
  • Toelichting: Het spel wordt gespeeld met een groot aantal kinderen. Elk kind is een wiel. De wielen lopen door het speelveld. Als de spelleider roept: “Wagon” en bijvoorbeeld het getal “3”, dan zoeken de wielen elkaar op en omarmen elkaar. Zo vormen zij een wagon met drie wielen. De wielen die overblijven zijn af.
  • Benodigdheden: Er zijn geen materialen nodig, enkel een afgebakend speelveld.
  • Aandachtspunten: Iedereen speel het spel voor zichzelf in plaats van met vaste groepen.
  • Sportkanjermoment: De essentie van het spelletje is samen werken. Je redt het niet in je eentje, maar ook niet met een vast eigen groepje. Sta open voor samenwerking met anderen.

 

15. Personen raden

Eén iemand neemt één persoon uit de klas in zijn hoofd. De anderen moeten erachter komen wie diegene in zijn hoofd heeft door ja/nee-vragen te stellen. Dit mogen geen vragen over het uiterlijk zijn, maar moeten vragen zijn die over de persoon gaan. Als de hoofdpersoon juist is geraden, mag een ander kind een nieuw iemand in zijn hoofd nemen.

 

Dat waren alweer 15 groepsvormingsspelletjes.

Welke spelletjes speel jij met je nieuwe groep om de groepsvorming te bevorderen en mogen niet aan deze lijst ontbreken?

Laat het weten in de comments!

 

Liefs,

Juf Sylvia

 

Geschreven door

Geef een reactie